Míjn ouders worden niet oud

Uit Delta Magazine 131

Mijn ouders zijn op vakantie. Ze fietsen met volle bepakking de Peloponesos rond en kamperen onderweg. Elk jaar verkennen ze minstens een maand lang een stukje van Europa per fiets. Als echte buitensporters is het lang wikken en (letterlijk!) wegen wat wel en niet mee kan, want elk grammetje moeten ze zelf vervoeren. Een paar jaar geleden heeft mijn vader hun fietsen uitgerust met elektrische trapondersteuning. Niet om zelf niet meer te hoeven trappen maar om ook na hun 70e nog stevige hellingen te kunnen bedwingen zonder dat de vakantiepret ernstig te lijden heeft. Ik vind hen stoer.

Vroeger vond ik mijn ouders stiekem ook wel stoer. We deden spannende dingen op vakantie en zij gingen lekker hun eigen gang. Ze waren sportief, gezond en leken altijd jonger dan ouders van mijn leeftijdgenootjes. Avontuurlijk en sportief zijn ze gebleven. En gezond, tja, er mankeert wel wat maar als je nog met plezier zulke fietskampeertochten kunt maken dan valt het best wel mee. Wanneer je ze ziet fietsen dan lijken ze ook nu nog veel jonger dan ze zijn. Tenminste, dat vind ik. Míjn ouders worden niet oud.

Hoewel… Met de jaren zijn er wel wat rimpeltjes bijgekomen. Ze ogen wat grijzer dan voorheen, en iets brozer. Het aantal kleine kwaaltjes lijkt wat toe te nemen, al krijg ik als dochter ook niet alles te horen. De geest wordt wat minder flexibel en improviseren kan nog wel, maar gaat niet altijd meer van harte. Het aantal leesbrillen in huis neemt in rap tempo toe en de knopjes van de afstandsbediening van de televisie en de radio beginnen ondoorgrondelijk te worden. Als ik eerlijk ben worden mijn ouders misschien ook wat ouder.

‘In case of emergency’

Al van kinds af aan zijn mijn ouders mijn contactpersonen in geval van nood. Gebeurt er iets met mij? Bel mijn ouders. Op schoolreisjes, zomerkamp, buitensportavonturen, fietstochten, reizen en nu op vliegvakanties: hun telefoonnummer heb ik altijd bij me voor het geval er iets met mij gebeurt. Toen ik dit voorjaar mijn vlieguitrusting weer bij elkaar zocht vroeg ik me af of ik dat niet eens moest veranderen. Ik beeldde me in wat er zou gebeuren als een voor hen wildvreemde persoon belt met de mededeling dat ik ergens in een ver land in de kreukels lig. Of erger. Hoe coherent zouden ze daar op reageren? Ik heb zelf geen kinderen maar het lijkt me niks, zo’n telefoontje. Helemaal niet als je al wat ouder bent en mentaal schakelen misschien niet meer zo vlot gaat als voorheen. De schrik die ik ze aan zou doen… ik moet er niet aan denken.

Schoorvoetend heb ik toen mijn zus gebeld. Zij kon zich mijn overpeinzingen goed voorstellen. En ja hoor, zij wil wel mijn noodcontactpersoon worden. Geregeld: mijn ouders kunnen met pensioen. Toch heb ik hun gegevens laten staan. Ze kunnen prima voor zichzelf zorgen, en ook voor hun kinderen mocht dat nodig zijn. En wie ben ik dan om te bepalen dat dat te veel gedoe voor ze is? Ze zijn eigenwijs genoeg dat zelf wel uit te maken.

Tagged with: ,
Posted in Geen categorie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*